Ergotherapie Merlijn en Archimedes

Ergotherapie bij Kinderen & Jongeren

Wat kan ik voor je betekenen?
Marjan Van Bedts - Ergotherapeut - Email: marjan@merlijn-en-archimedes.be  - GSM 0497240942 

Waar kan ik uw kind mee helpen?

Als ergotherapeut kunnen we aan de slag gaan met de therapie na een diagnose van een leerstoornis of ontwikkelingsstoornis (zoals ADHD, ADD, NLD, Dyspraxie, ASS, ...). Maar het kan ook gewoon als er door het kind of de omgeving een probleem wordt ervaren. Dit kan in het dagelijks functioneren op vlak van zelfzorg, schoolse taken of in de vrijetijdsbesteding.

Voor meer informatie, klik op onderstaande afbeeldingen.

schrijfvaardigheden

Schrijfproblemen & schrijf-vaardigheden

Omkeringen

Moeilijke pengreep

Schrijfkramp

Slordig schrift

Moeite tijdens het schrijfproces

Pendruk

fijnmotorische vaardigheden

Fijnmotorische vaardigheden & lateralisatie

Knippen 

Plakken

Samenwerking tussen de 2 handen 

onhandig (dingen laten vallen, ... )

voorkeurshand nog niet duidelijk 

problemen met lees, schrijf en denkrichtingen

grafomotoriek

Vormgeving -tekenen - Grafomotoriek

Tekenen is een belangrijke vaardigheid voor de ontwikkeling van een kind. Naast het stimuleren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie is het eveneens een uitlaatklep voor emoties.

zelfredzaamheid

ADL - zelfredzaamheid

Veters binden

Zich aan- en uitkleden

Structuur tijdens ... dagelijkse handelingen

Boterhammen smeren

Ochtendrituelen 

visueel ruimtelijke vaardigheden

Visueel Ruimtelijke vaardigheden

Ruimtelijk inzicht

Midenlijn kruisen

Structuren herkennen en maken

Planmatig werken

Moeite met het begrijpen van ruimtelijke begrippen

sensorische informatieverwerking

Sensorische Informatie- verwerking

Snel afgeleid

 'Druk' gedrag vertonen

Angst om te bewegen

Kruipen, springen, huppelen, fietsen,... gaat moeilijk, evenwicht bewaren

Sociale en emotionele problemen

Onder- of overgevoelig  voor visuele prikkels, geluid, tast, beweging of smaak

Geen gevaar zien

Wiebelen en friemelen

Impulsief, weinig zelfcontrole

Aandacht en concentratie problemen

Snel moe

Werkhoudingsproblemen

Schrijven en schrijfvaardigheden

Schrijven ... een pen die over het blad vliegt en een spoor van letters achterlaat. Dat klinkt misschien als nabije toekomst of het bestaat al. "google schrijf: '...' " of "Siri, schrijf: '...' ". Toch blijft het schrijven een belangrijke vaardigheid.

Vanuit mijn creatieve achtergrond bekijk ik het schrijven als een soort kunstvorm. Grafologen zullen het met mij eens zijn dat het schrift een aantal kenmerken van een persoon weergeeft. Mede door dat elk handschrift zijn eigen unieke kenmerken heeft.

Het schrijven zelf is een complexe vaardigheid waar veel meer bij komt kijken dan op het eerste zicht blijkt. Aan de schrijfvoorwaarden wordt in de kleuterklas al gewerkt. Schrijfvoorwaarden als een juiste zithouding, ontwikkeling van de voorkeurshand, een correcte en ontspannen pengreep, goede oog-handcoördinatie (een goede samenwerking tussen de ogen en de handen), voldoende controle en krachtdosering in de vingers en hand...

Wat is nu eigenlijk een correcte pengreep? Zijn er verschillende pengrepen mogelijk? Het is heel belangrijk dat een kind dat leert schrijven in het eerste leerjaar, een ontspannen pengreep heeft. Dat er voldoende bewegingsmogelijkheid en controle is. 

Als er niet voldaan is aan de schrijfvoorwaarden wanneer het kind daadwerkelijk moet leren schrijven kunnen er problemen optreden als: 

  • krampachtige en houterige bewegingen
  • te veel of te weinig druk op de pen waardoor er uitschieters zijn (krachtdosering)
  • moeite hebben om tussen de lijnen te schrijven
  • krampen krijgen in de vingers tijdens het schrijven
  • omkeringen
  • problemen bij het vormen van de letters
  • moeite hebben bij het aanleren van de letters
  • problemen ondervinden bij het maken van de letterverbindingen
  • slordig handschrift


Ergotherapie kan ondersteuning bieden binnen elke fase van de schrijfontwikkeling: voorbereidens schrijven (kleuterleeftijd), het aanvankelijk schrijven en het voortgezet schrijven.

Terug naar boven

Fijn motorische vaardigheden

Voorafgaand aan de ontwikkeling van de fijne motoriek gebeurt de ontwikkeling van het kijken en onderzoeken met de ogen. Vervolgens gaat het kind op ontdekking door te grijpen of te reiken naar een voorwerp, tot het lukt om het voorwerp vast te pakken. Het leert hier doelgericht bewegen. Het hanteren of manipuleren van dit voorwerp is dan de volgende stap. Dit is de ontwikkeling van de fijne motoriek.

Wanneer we het hebben over fijne motoriek bedoelen we voornamelijk de kleine handelingen die we met onze handen uitvoeren. Het gaat dan over het rijgen van kralen, schrijven, knippen, plakken, een speeltje hanteren, het bouwen van een torentje, kledij dichtknopen, veters strikken, tekenen, met een lepel eten, pengreep.

De motorische ontwikkeling en de zintuigelijke informatieverwerking (SI, tast, proprioceptie) gaan hand in hand tijdens de ontwikkeling.

Soms loopt deze ontwikkeling niet zo vlot en komt het kind onhandig over. 

Terug naar boven

Vormgeving - Tekenen

Ook mag tekenen niet onderschat worden als vaardigheid die bijdraagt aan de ontwikkeling van het kind. Naast de creatieve uiting van emoties heeft het eveneens een positieve invloed op de ontwikkeling van de fijne motoriek en oog-hand coördinatie (sturing van de hand met het oog).

Het tekenen kan een leuke manier zijn om te oefenen met druk en krachtdosering bij het hanteren van het tekengerei. Door het gebruik van verschillende materialen, op muziek, .... (noem maar op) doet het kind leerervaringen op en leert het zelf creatief oplossend denken.

De eerste tekeningen van een kind gebeuren eerder toevallig en ze lijken meer op 'krassen'. Het zijn lijnen die kris kras door elkaar lopen, eerst voornamelijk verticale en horizontale krassen en stippen. Vervolgens komen de ronde krassen. Er is nog weinig controle over de hand en deze lijkt zijn eigen weg te zoeken, al zwevend over het papier, muren, kasten, ...

Naarmate het kind vordert in zijn ontwikkeling krijgt hij/zij ook meer controle over wat er op de tekening moet gebeuren. De 'krabbels' zijn het volgende stadium. Er worden meer gesloten vormen getekend. Dit gebeurt niet van vandaag op morgen en je zal merken dat oefening werkelijk kunst baart. 

In een volgend stadium worden de gesloten vormen ook meer omgevormd in losse lijnen, kruisen, cirkels, vierkant.

Met deze basisvormen kan het kind vervolgens samengestelde figuren maken van deze basisvormen. Zo beginnen kinderen met kopvoeters en wordt de menstekening uiteindelijk veel gedetailleerder. Naarmate het detail toeneemt, krijgt het kind ook een beter idee van zijn lichaam en hoe het eruit ziet. Er horen immers nog ergens een nek, een buik, tanden, vingers, ... haren. In een verder stadium van de ontwikkeling worden er zo ook dingen getekend die het eigenlijk niet ziet, maar waarvan het weet dat het er toch is. 

Perspectief is er in eerste instantie ook niet. Een huis wordt aanvankelijk ook niet 3-dimensioneel getekend, maar start met enkel de voorgevel, een voordeur, 1 of 2 ramen en een schoorsteen die schuin op het dak lijkt te staan. Wat is het toch mooi om die ontwikkeling te zien.

Elk kind heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen tekening, ... elke lijn verteld een verhaal. Tekenen en kleuren is een leuke manier om te oefenen op fijne motoriek, visuele waarneming, oog-handcoördinatie, ... Fijne motoriek, schrijven, tekenen is een belangrijke vaardigheid in de ontwikkeling van een kind. Het is een manier waarop het zichzelf kan uiten, tonen en kennis op te doen over zijn omgeving. Ja zeker, het kan ook een 'leermiddel' zijn. 

Terug naar boven

ADL - Zelfredzaamheid

Fijnmotorische vaardigheden zijn bijzonder nuttig. Ik blijf dit maar herhalen, en de waarheid is dat het telkens terug op hetzelfde neer komt. 

Je veters te binden.

Tanden poetsen. 

Jezelf aan- en uit te kleden.

Je bestek hanteren tijdens het eten.

...

zelfredzaamheid draait om meer dan fijne motoriek alleen. Het is het totaalpakket aan vaardigheden die we nodig hebben om iets 'zelfstandig' te doen. Planmatig kunnen handelen, oog-handcoördinatie, de informatie uit je verschillende zintuigen kunnen inzetten om iets gedaan te krijgen.

Ergotherapie oefent op al deze praktische vaardigheden. Er kunnen tips gegeven worden om taken gemakkelijker te maken. Eventueel kunnen (kleine) hulpmiddelen aangereikt worden  of kan een aangepaste methode aangeleerd worden. Dit wordt samen met het kind en de begeleiders bekeken. Een therapie, begeleiding, advisering gebeurt telkens op maat, aangepast aan de noden en talenten van het kind.  

Terug naar boven

Visueel ruimtelijke vaardigheden

Kinderen met visueel-ruimtelijke tekorten ondervinden problemen bij meerdere dagelijkse activiteiten: schrijven, rekenen, lezen, een hemd dicht knopen, een puzzel maken, knutselen, tekenen, zich aankleden, met knex of lego spelen, ... . Wanneer een kind deze vaardigheid niet beheerst kan dit een weerslag hebben op het verwerven van een goed rekenkundig inzicht of het planmatig denken. Problemen in de ruimtelijke oriëntatie en het ruimtelijk inzicht kunnen aan de basis liggen van leermoeilijkheden.

Ruimtelijke oriëntatie is het vermogen om zich een beeld te kunnen vormen van een object in 2 dimensies of 3 dimensies. Het is een belangrijke vaardigheid opdat je van een object de positie (voor, achter, naast,...), de richting (rondom, van... naar,) en afstand kan bepalen ten opzichte van andere objecten of jezelf. 

Dit kan zijn in een kleinere en afgebeelde ruimte (bv. de kaart lezen), in de werkelijke ruimte (bv. lego bouwen of blokjes leggen)  of in een abstracte ruimte (bv. het planmatig denken).

Het ruimtelijk inzicht is dan het begrijpen, interpreteren en benoemen van deze ruimte.  

Wanneer er problemen worden ondervonden in deze visueel-ruimtelijke vaardigheden, kunnen de volgende leermoeilijkheden voor komen: 


  • Bij lezen, schrijven of rekenen worden er omkeringen van  letters (bv. 'b' en 'd') of cijfers ('6' en '9') gemaakt.  
  • Het lezen en schrijven gaat traag omdat letters en cijfers worden omgewisseld of niet herkent. 
  • Problemen in het rekenkundig inzicht. 
  • Problemen in het planmatig denken. 


      Planmatig en probleem oplossend denken? 
      Het is maar net als je je een beeld kan vormen van het probleem dat je ook een oplossing kan bedenken.

      Spelenderwijs wordt hier in de ergo op deze leervoorwaarden geoefend, eventueel met hulpmiddeltjes.

      Terug naar boven

      Sensorische Informatieverwerking

      Prikkelarm, prikkelrijk... het zijn 2 termen die heel subjectief zijn. Zintuiglijke prikkels worden (on)bewust waargenomen door een persoon. Deze worden dan automatisch verwerkt, gereguleerd en geïnterpreteerd. Om adequaat te kunnen reageren op deze prikkels is het belangrijk dat er een balans is in de selectie en verwerking van de zintuiglijke prikkels. Bij een disbalans kunnen er problemen ondervonden worden in het dagelijks functioneren.

      Onze zintuigen geven ons informatie over onze omgeving en wat er gebeurt in ons lichaam zelf. We kennnen allemaal de zintuigen: ruiken, zien, horen, proeven en voelen. Daarnaast zijn er nog de zintuigen vanuit ons eigen lichaam die onder andere zorgen voor ons evenwicht, pijnbeleving en het kunnen bewegen. 

      De informatie uit deze zintuigen zorgt ervoor dat wij op een zo adequate mogelijke manier  onze activiteiten kunnen uitvoeren: sporten, spelen en leren.

      Wanneer er sprake is van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem komen er ofwel prikkels te sterk binnen, of juist niet. De waarneming wordt  overweldigend  en troebel, de zintuigen werken niet meer zo goed samen. Dit veroorzaakt een reactie van het kind of de volwassene. Deze reactie kan misschien als vreemd of onaangepast ervaren worden, terwijl in werkelijkheid de informatie vanuit de omgeving gewoon anders is binnen gekomen bij het kind.

      Een kind of volwassene met een sensorisch informatieverwerkingsprobleem kan een van de volgende kenmerken vertonen:

      • snel afgeleid (problemen met aandacht en concentratie), werkhoudingsproblemen
      • "Druk' gedrag vertonen (altijd bezig, heel beweeglijk, heel aanwezig, motorische onrust)
      • angst om te bewegen
      • sociale en emotionele problemen (woede-uitvarstingen, huilen zonder aanwijsbare reden, faalangst, samenspel verloopt moeilijk)
      • onder- of overgevoelig voor visuele prikkels, geluid, tast, beweging of smaak. (alles ofwel heel sterk waarnemen, of juist niet)
      • geen gevaar zien, horen of voelen
      • voortdurend zitten wiebelen en friemelen (voortdurend in beweging zijn)
      • heel impulsief zijn in zijn handeling(en) en weinig zelfcontrole
      • houterig en onhandig zijn
      • niet graag aangeraakt of geknuffeld worden


        “Er is pas een probleem als het door de persoon zelf en/of de omgeving als dusdanig ervaren wordt.”

        Terug naar boven